Stotteren 2017-12-07T17:28:27+00:00

Stotteren

Spreken is een complexe vaardigheid. Gedachten, ideeën of gevoelens dienen omgezet te worden in taal en taal in spraakbewegingen. Vervolgens worden alle, meer dan honderd, spieren die voor spraak nodig zijn, geïnstrueerd om op het juiste moment precies de goede beweging te maken, met de goede snelheid en kracht. Dit vraagt veel coördinatie en een goede timing.

In dit ingewikkelde proces gaat bij iedereen wel eens iets mis, maar bij iemand die stottert is er een stoornis in de timing en coördinatie van dit proces. De Logopediepraktijk voor kinderen helpt kinderen en pubers het stotteren te verminderen en daar beter mee om te gaan. Bij jonge stotterende kinderen is het doel, indien mogelijk, de vloeiendheid te herstellen.

Stotteren is niet-vloeiend spreken: een verzameling van hoorbare, soms zichtbare en vaak ook verborgen symptomen, die per situatie kunnen verschillen.

  • Hoorbare symptomen kunnen zijn: herhalingen van zinsdelen, woorden, lettergrepen of klanken, verlengingen en blokkades.
  • Zichtbare symptomen kunnen zijn: meebewegingen in het gezicht of van ledematen, wegkijken tijdens het stotteren en/of aan spreken gekoppelde ‘tics’.
  • Verborgen symptomen kunnen zijn: spreekangst, stotterangst, vermijden van spreeksituaties (sociale angst), minderwaardig voelen, schaamte. Vooral de verborgen symptomen kunnen leiden tot leerproblemen, minder presteren of psychosociale problematiek.

De mate van stotteren hoeft niet altijd hetzelfde te zijn. De ene dag kan iemand die stottert erg moeilijk spreken, de andere dag is er nauwelijks iets van te merken. Er kunnen afwisselende periodes zijn met of zonder spreekmoeilijkheden. Ook kan het stotteren wisselend zijn per situatie of bij bepaalde mensen.

Feiten over stotteren

Er is niet één specifieke oorzaak van stotteren aan te wijzen. Stotteren is een combinatie van een stoornis in de timing en coördinatie van het hele spreekmechanisme samen met uitlokkende factoren onder andere op het gebied van spanning en snelheid. Er is altijd een aanlegfactor aanwezig.

  • De aanleg voor stotteren is enigszins erfelijk.
  • De kans dat een kind gaat stotteren is 5 procent. Bij kinderen van stotterende ouders is de kans om te gaan stotteren groter, namelijk 25 procent.
  • Als kinderen beginnen met stotteren, hoeven ze niet te blijven stotteren. Uiteindelijk heeft 1 procent van alle onvloeiend sprekende kinderen last van blijvend stottergedrag.
  • In Nederland stotteren 150.000 à 200.000 mensen, waarvan 20.000 ernstig.
  • Er bestaan geen pillen of wondermiddelen tegen stotteren.
  • Iedereen stottert op een andere manier en ervaart het stotteren anders. Daarom bestaat er ook geen standaardtherapie voor stotteren.

Het spreekproces

Spreken is een ingewikkeld proces van timing en coördinatie van ademhaling en veel spieren gestuurd door de hersenen. In dit ingewikkelde proces gaat bij iedereen wel eens iets mis. Het is dus niet zo raar dat ieder kind wel eens over zijn woorden struikelt. Vooral tussen het tweede en vijfde jaar, als de taalontwikkeling in volle gang is, kunnen kinderen een periode onvloeiend spreken. Een kind kan bijvoorbeeld woorden of zinsdeelherhalingen laten horen, zoals ‘ik wil, ik wil, ik wil de auto hebben’. Of een klank langer aanhouden dan nodig is. Deze onvloeiendheden kunnen onderdeel zijn van de spraak- en taalontwikkeling van een kind, zoals struikelen en vallen horen bij het leren lopen. Bij de meeste kinderen verdwijnen deze onvloeiendheden als het kind de taal en het spreken beter gaat beheersen. Alleen groeien niet alle kinderen er spontaan overheen. Soms kan het stotteren zich heel geleidelijk ontwikkelen. Bij andere kinderen kan het stotteren juist heel wisselend aanwezig zijn: soms lijkt het verdwenen, terwijl het onvloeiende spreken ook plotseling de kop weer kan opsteken.

Soorten onvloeiendheden

Er zijn normale onvloeiendheden en abnormale onvloeiendheden.

  • Normale onvloeiendheden: oneffenheden die iedere spreker heeft, zoals onderbrekingen, stopwoordjes, herhalingen van woordjes of stukjes van een zin in de lopende spraak, opnieuw beginnen en dergelijke. Vooral tussen de 2 en 6 jaar kan dit vaker voorkomen, omdat de taalontwikkeling dan een vogelvlucht neemt.
  • Abnormale onvloeiendheden: het herherherhalen van lettergrepen of klanken, vvvvvvverlengen en blokkades die de eenheid van een woord doorbreken. Zogenoemde typische stotter-niet-vloeiendheden zijn onvloeiendheden waarbij spanning waar te nemen is en die het ritme van de spraak verstoren. Dit is het type onvloeiendheid waar u extra alert op moet zijn, omdat dit mogelijk het begin is van stotteren.

Soms heeft een kind zelf in de gaten dat het praten niet gemakkelijk gaat. Hierdoor loopt het kind het risico om bepaalde verschijnselen te ontwikkelen, zoals met de ogen knipperen of duwen bij het praten.

Is er wat aan de hand?

Wanneer u ongerust bent over de vloeiendheid van uw kind kunt u een interactieve stottertest invullen, de Screeningslijst voor Stotteren (SLS). U kunt deze test invullen wanneer uw kind tussen 2 en 7 jaar oud is. Met deze test kunt u nagaan hoe serieus u de haperingen moet nemen. Bij een score van 11 of hoger wordt geadviseerd contact met een stottertherapeut op te nemen. Behalve ouders kunnen ook verzorgers, leerkrachten of hulpverleners de SLS invullen.

Bent u ongerust, gespannen of geïrriteerd over het spreken van uw kind? Of vermoedt u dat uw kind zijn spreken of gedrag verandert door de onvloeiendheden? Zoek dan hulp, ook als uw kind nog heel jong is. Meestal bent u niet voor niets bezorgd. Hoe eerder u hulp inroept, hoe groter de kans is dat uw kind weer vloeiend gaat spreken.

Tips

  • Neem de tijd om naar uw kind te luisteren. Zorg ervoor dat uw kind volledig kan uitspreken.
  • Reageer op wat het kind zegt en niet op hoe hij iets zegt.
  • Stel niet te veel vragen en wacht voordat u reageert op wat uw kind zegt. Hierdoor ontstaat ruimte en rust om te praten met elkaar.
  • Spreek zelf in een rustig tempo.
  • Zorg ervoor dat niet alle aandacht op het spreken is gericht. Besteed ook tijd aan andere dingen die uw kind leuk vindt.
  • Adviezen als ‘zeg het nog eens’, ‘praat eens rustig’ of ‘haal eerst eens adem’ zijn vaak goed bedoeld, maar helpen meestal niet blijvend. Een jong kind kan het gevoel krijgen dat het iets fout doet, wat de spanning kan verhogen, waardoor het stotteren zelfs kan toenemen.
  • Het is belangrijk een open sfeer rond het stotteren te creëren. Als het kind zich van de onvloeiendheden bewust is en er last van heeft, kunt u deze bespreekbaar maken. Stel het kind gerust door aan te geven dat stotteren mag. U kunt iets zeggen zoals: ‘Je bent het praten aan het leren’.

Stottertherapie is maatwerk, waarbij de hulpvraag van u en/of uw kind het vertrekpunt is. We starten met een gedegen onderzoek, waarbij we de verschillende facetten die van invloed zijn op het spreken en de vloeiendheid in kaart brengen. Op basis van dit onderzoek besluiten we in gezamenlijk overleg wat voor uw kind de juiste therapiekeuze is en met welke elementen we rekening moeten houden binnen de therapie.

Therapie voor kinderen tot 6 jaar

Bij jonge kinderen tot ongeveer 6 jaar is het begeleiden en adviseren van de ouders en omgeving van het kind een belangrijk deel van de therapie. Ouders krijgen informatie over het (onvloeiend) spreken van hun kind en adviezen op maat. De aanwezigheid van ouders bij de behandeling is daarom noodzakelijk.

Op dit moment zijn er in Nederland twee methoden voor het behandelen van jonge stotterende kinderen. Beide behandelmethoden dienen om het kind vloeiend te leren praten. Ervaring heeft geleerd dat kinderen beide therapieën leuk en plezierig vinden.

Ten eerste kunnen we werken met het Demands en Capacities model. Daarbij zoeken we naar de balans tussen de verwachtingen die de omgeving aan het kind stelt en de mogelijkheden van het kind. De begeleiding bestaat meestal uit het meekijken over de schouder van de ouder(s), waarbij de ouder leert om de communicatie zo aan te passen dat het kind zoveel mogelijk vloeiend gaat spreken. De ouder wordt voor het kind een zo helpend mogelijk spreekvoorbeeld en een zo gemakkelijk mogelijke gesprekspartner. Eventuele bijkomende belemmeringen in spraak- en taalontwikkeling kunnen we behandelen als dat noodzakelijk is om de mogelijkheden van het kind te versterken. Meer informatie kunt u vinden op www.stotteren.nl.

De tweede gangbare behandelmethode is het Lidcombe Programma. Dit is een gestructureerd programma met als doel de spontane vloeiendheid te versterken. Het is gebaseerd op operante conditionering. De kern van de benadering bestaat uit het prijzen van vloeiende uitingen. De niet-vloeiende uitingen worden op positieve en stimulerende wijze tot verbetering uitgelokt en geoefend.

Therapie voor kinderen in de basisschoolleeftijd vanaf 6 jaar

Bij oudere basisschoolkinderen werken we zoveel mogelijk vanuit hun eigen hulpvraag en sluiten we de behandeling aan bij het specifieke probleem of problemen waar kinderen tegenaan lopen.

Ervaart het kind vooral een probleem tijdens lezen? Dan gaan we daarmee aan de slag. Is er een probleem bij het houden van spreekbeurten? Dan besteden we hier aandacht aan en werken dit praktisch uit. Samen met het kind gaan we aan het werk met ‘durven praten’, het stotteren bespreekbaar maken en rustig kunnen stotteren vanuit een effectievere aansturing van de praatspieren. Als een kind zelf geen probleem ervaart met zijn stotteren, kunnen we ook adviseren om (nog) geen therapie te geven. Kiest u in overleg wél voor behandeling, dan streven we bij deze leeftijdsgroep zoveel mogelijk naar kortdurende en praktische begeleiding.

We betrekken ouders, andere gezinsleden en omgeving bij de begeleiding, omdat stotteren vooral een belemmering is in de interactie met anderen. Bovendien reageert de omgeving waarschijnlijk op een verandering in de houding of het spreken (en mate van vloeiendheid) van het kind. Het is voor het kind belangrijk dat er aan een ‘oplossing’ gewerkt wordt vanuit een saamhorigheidsgevoel en dat hij zich gesteund voelt tijdens het veranderingsproces. Ouders zijn daarom van harte welkom bij de therapie en hebben af en toe een afzonderlijk gesprek met de therapeut.

Therapie bij jongeren

Bij de begeleiding van jongeren sluiten we aan bij: wie ben jij, wat heb jij op dit moment nodig en wat wil je bereiken. De invloed van het stotteren op het leven van de puber staat centraal en wordt vanuit verschillende invalshoeken bekeken, besproken en samen onderzocht. Tijdens het onderzoek brengen we zowel de buitenkant (wat te horen en te zien is) als de binnenkant (gedachten en gevoelens) van het stotteren in kaart. De therapie is erop gericht om vrij(er) en opener te kunnen communiceren, met of zonder stotteren en minder belemmerd te worden door het stotteren. Pas als het kind niet meer tegen zijn stotteren vecht, zich ervoor schaamt of ervan schrikt, kan hij bepaalde vloeiendheidsbevorderende technieken leren toepassen.

Ook bij de behandeling van jongeren is het belangrijk dat zijn directe omgeving betrokken wordt, maar dat zal altijd in overleg met de jongere gebeuren.

Welke problemen komen stotterende kinderen tegen bij het lezen?

Bij het bepalen van het leesvaardigheidsniveau gebruiken basisscholen de DMT (Drie Minuten Toets). De bijbehorende instructie – ‘zo goed en snel mogelijk lezen’ – levert voor een stotterend kind extra spanning op. Zo krijgt het kind te maken met twee mogelijk uitlokkende factoren van het stotteren, namelijk spanning én tijdsdruk. Hierdoor kan het stotteren toenemen. Het stotteren kost tijd (vertraagt de leessnelheid) waardoor de gewenste snelheid moeilijker te halen is. Met alle frustratie van dien. Dit geldt ook voor het behalen van de AVI-leesniveaus.

Tips voor leerkrachten, ouders en logopedisten

Tips voor leerkrachten, ouders en logopedisten om plezier te (blijven) beleven aan het lezen en het bepalen van het leesvaardigheidsniveau staan in de folder (pdf).

Mogelijk kunnen veel frustratie en negatieve ervaringen bij het stotterende kind worden voorkomen als de omgeving zich steeds bewust is van de mogelijke obstakels die een stotterend kind kan ervaren tijdens het testen van de leesvaardigheid en het hardop lezen.

Als alternatief voor de DMT en AVI-toetsen kan de Leestechniek- of Leestempotoets (Cito) afgenomen worden. Hierbij hoeft het kind niet hardop te lezen en kan er ook een AVI-niveau bepaald worden. Deze stil-leestoetsen bieden een objectieve bepaling van de leesvaardigheid.

Meer informatie

Meer informatie over stotteren is te vinden op www.stotteren.nl; www.stotterinformatie.nl en www.nedverstottertherapie.nl.

Verder staat er uitgebreide informatie over stotteren in onderstaande folders.
Download Patiëntenversie Richtlijn-Stotteren
Download Stop het pesten! (pdf)
Download Stotteren in de klas (tips voor ouders) (pdf)
Download Stotteren. Praat erover in de klas (pdf)

Heeft u nog vragen of wilt u meer informatie?
Neem dan gerust contact met ons op.